In deze beroepscode wordt omschreven hoe een professioneel en redelijk handelend alternatieve of complementaire
therapeut zich dient te gedragen terwijl deze in functie is. De GAT-beroepscode is geen verzameling van ‘strenge’
voorschriften maar bestaat uit handige tips en richtlijnen voor professionele praktijkvoering.
De eisen zoals ze gesteld worden in deze beroepscode zijn haalbaar voor elke professionele complementaire therapeut
in Nederland, ongeacht discipline of opleidingsniveau. Het gaat er niet om dat een therapeut perfect is, het gaat er om dat deze zich in de praktijk gedraagt zoals dit van een redelijk handelend en professioneel therapeut verwacht mag
worden. Hetzelfde geldt voor de opleidingsinstituten en docenten; geen perfectie maar redelijkheid. Regels instellen ‘om
regels in te stellen’ is niet interessant, als er wel regels komen dan moeten deze ook haalbaar en zinvol zijn. En dat is het doel van de GAT-beroepscode: het verbeteren van de beroepsgroep in het algemeen belang.
Therapeut: de behandelaar die is aangesloten bij een door GAT erkende beroepsorganisatie.
Cliënt: degene die wordt behandeld, begeleid of geadviseerd door de therapeut.
Opleidingsinstituut: een bij de KvK als zodanig ingeschreven organisatie die als dienst
opleidingen, cursussen of workshops organiseert die doceren in alternatieve of complementaire zorg.
Student: afnemer van de in artikel 1 sub d geleverde diensten.
Docent: lesgevende werkzaam voor in artikel 1 d genoemde partij
2. Toepassing
Deze beroepscode is van toepassing op alle therapeuten, die zijn aangesloten bij door GAT erkende beroepsorganisaties.
Gedeeltes er van zijn van toepassing op opleidingsinstituten en docenten die zijn aangesloten bij een door GAT erkende beroepsorganisatie (hier wordt gerefereerd naar punten 3 b, 3 c, 3 e, 3 h, 6 a, 6 b en punt 7. Deze worden specifiek benoemd. Indien een docent of (vertegenwoordiger van) een opleidingsinstituut handelingen uitvoert die vallen onder de noemer alternatieve zorg wordt verwacht dat deze zich opstelt als ware deze een therapeut en dus ook de verantwoordelijkheid draagt van een therapeut; in deze gevallen geldt voor een docent of opleidingsinstituut ook de gehele beroepscode in plaats van slechts gedeeltes daarvan.
3. Goed gedrag aanbieder en goed gedrag afnemer
De therapeut dient bij al zijn/haar handelen en nalaten de zorg van een goed therapeut in acht te nemen. Deze zal
handelen zoals van een goed therapeut mag worden verwacht en met inachtneming van de inhoud en van de geest van deze
beroepscode.
Cliënten en studenten dienen zich volgens de algemeen geldende (fatsoens-)normen en waarden te gedragen.
De cliënt/therapeutrelatie is een professionele relatie, waarin het welzijn van de cliënt en respect voor de
cliënt de eerste zorg van de therapeut zal zijn; hetzelfde geldt voor de relatie tussen student/opleidingsinstituut
en student/docent.
De therapeut heeft de leiding, maar mag geen handelingen verrichten tegen de kennelijke wil van de cliënt. In de
therapie zal hij/zij de vereiste zorgvuldigheid betrachten in het belang van en met respect voor zijn/haar cliënt.
De therapeut moet zich bewust zijn van zijn/haar positie ten opzichte van de cliënt en geen financieel, seksueel
of emotioneel ge-/misbruik maken van de cliënt voor eigen persoonlijk voordeel of behoeften; hetzelfde geldt voor de
positie van het opleidingsinstituut en/of de docent ten opzichte van de student.
De therapeut dient zich van andere relaties of interne/externe verplichtingen bewust te zijn wanneer deze strijdig
zijn of zouden kunnen zijn met het belang van de cliënt. Indien zo’n belangenconflict bestaat, is het de
verantwoordelijkheid van de therapeut om hier op de juiste wijze mee om te gaan.
De therapeut dient te erkennen dat een meervoudige relatie met de cliënt (die bijvoorbeeld tevens werknemer,
vriend, familielid of partner is) een nadelige invloed kan hebben op het professionele beoordelingsvermogen en dient
uitdrukkelijk te overwegen of in een dergelijke situatie de werkzaamheden wel moeten worden aangegaan c.q.
voortgezet.
De therapeut, docent of het opleidingsinstituut onthoudt zich van gedragingen of uitlatingen waarvan hij/zij weet
of redelijkerwijs kon voorzien dat deze de eer en de goede naam van een collega-therapeut, docent of
opleidingsinstituut schaden. Dit geldt ook voor reclame-uitingen, waarbij steeds oog wordt gehouden voor het belang
van de beroepsgroep.
4. Praktijkvoering
De aard, de duur van de therapie, het doorverwijzen van de cliënt en de beëindiging van de therapie worden met de
cliënt overlegd, waarbij naar wederzijdse overeenstemming wordt gestreefd.
De therapeut behoort de cliënt op begrijpelijke wijze te informeren over de aard, inhoud en bijzonderheden van de
therapie.
Behandelingen geschieden zoveel als mogelijk in een afgescheiden behandelruimte die voldoet aan de hygiëne eisen.
De therapeut dient een toereikende beroeps- en bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering gesloten te hebben met
volledige Wkkgz dekking.
Een therapeut die door de rechter is veroordeeld voor een misdrijf of in een door een cliënt tegen de therapeut
aangespannen civiele of tuchtrechtelijke procedure veroordeeld is, dient het bestuur van de erkende
beroepsorganisatie hierover te informeren.
De therapeut heeft geheimhoudingsplicht van alles wat hem/haar uit hoofde van zijn/haar functie bekend wordt. Deze
geheimhoudingsplicht duurt ook voort na beëindiging van de therapie.
Informatie over de cliënt mag alleen in publicaties, lezingen, onderwijs e.d. verwerkt worden als deze
redelijkerwijs onherkenbaar en onherleidbaar is gemaakt.
De therapeut dient de grenzen van zijn/haar deskundigheid steeds in acht te nemen.
De therapeut zal zijn kennis/kunde zoveel als mogelijk op peil houden, waarbij het met enige regelmaat volgen van
cursussen en supervisie de uitdrukkelijke voorkeur heeft.
Als de therapeut tot de conclusie komt dat een andere behandelwijze gewenst is, zal deze altijd doorverwijzen naar
een andere erkende therapeut die deze behandelmethode beheerst.
Een therapeut zal nooit diagnoses stellen en zal dit altijd overlaten aan een arts.
Bij ernstige psychiatrische stoornissen of lichamelijke ziekten (of aanwijzingen hiervoor) zal de therapeut de
cliënt altijd doorverwijzen naar de behandelend huisarts.
De therapeut draagt er zorg voor dat de Geschilleninstantie Alternatieve Therapeuten laagdrempelig bereikbaar is
door het GAT schild op de website te plaatsen en door te linken naar de website https://gatgeschillen.nl/. Daarnaast wordt het GAT-bewijs van inschrijving op een duidelijk
zichtbare plek in de praktijkruimte van de therapeut geplaatst.
5. Schriftelijke vastlegging
Er dient een schriftelijke behandelovereenkomst te worden opgesteld en ondertekend met de cliënt, waarin duidelijk
wordt vermeld wie de partijen zijn, welke behandeling zij overeenkomen, wat de kosten en betaaltermijnen zijn en
welke afspraken er worden gemaakt over afzegging van afspraken door cliënt of therapeut.
De therapeut houdt zodanig aantekeningen van de voortgang / ontwikkelingen van de therapie, de cliënt en alle
bijzonderheden bij, zodat het mogelijk is zo nodig duidelijkheid te kunnen geven en zo nodig rekenschap af te kunnen
leggen van zijn/haar beroepsmatig handelen.
De therapeut dient het dossier van de cliënt tenminste tot 15 jaar na beëindiging van de therapie te bewaren.
De cliënt heeft recht op inzage in de gegevens betreffende de cliënt waarover de therapeut beschikt. Indien de
cliënt ook verzoekt om een afschrift van de stukken, dan zal de therapeut deze ter beschikking stellen tenzij deze
van mening is dat een zwaarwegend belang zich daartegen verzet. De cliënt heeft tevens het recht de therapeut te
vragen de gegevens te verwijderen.
De privacywetgeving zal in acht worden genomen als het gaat om de gegevens die betrekking hebben op de cliënt.
Deze gegevens mogen alleen aan derden bekend worden gemaakt na uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming van de
cliënt.
Als de cliënt minderjarig is, dan heeft de therapeut voor behandeling altijd toestemming nodig van (beide)
ouders/verzorgers d.m.v. een minderjarigen toestemmingsformulier.
Geheel volgens Europese privacywetgeving (AVG) zal de therapeut altijd een cliëntendossier bijhouden en deze bij
voorkeur op een versleutelde USB-stick of harde schijf bewaren in een brandveilige kluis.
Als de therapeut e-health toepast over e-mail, dan zullen de gegevens die uitgewisseld worden met de cliënt in met
wachtwoord versleutelde documenten worden gedeeld.
6. Personeel/vervanging/overdracht
De therapeut, docent of het opleidingsinstituut is persoonlijk verantwoordelijk voor de uitoefening van zijn/haar
beroep.
De door therapeut, docent of het opleidingsinstituut aangestelde medewerkers vallen onder de verantwoordelijkheid
van de therapeut, docent of het opleidingsinstituut zulks naast en onverminderd de eigen verantwoordelijkheid van
betrokkenen en cliënten of studenten.
Als er derden (bijv. een stagiaire) bij de behandeling aanwezig zal zijn, zal vooraf toestemming worden gevraagd aan de cliënt en zal die toestemming ook schriftelijk vastgelegd worden.
De therapeut heeft contact met minimaal één collega die in geval van ziekte, vakantie enz. en communiceert dit duidelijk met zijn cliënten.
De therapeut legt zijn/haar medewerkers een geheimhoudingsplicht op.
Indien de cliënt verzoekt om overdracht dan zal de therapeut hieraan zijn/haar medewerking verlenen.
7. Rode Vlaggen
De alternatief/complementair therapeut heeft kennis van Rode Vlaggen zoals benoemd in de PLATO-eindtermen
Medische- en Psychosociale Basiskennis 2018/2019 voor zorgverleners in de complementaire zorg. De Rode Vlaggen
zijn alarmerende signalen die de therapeut hoort te herkennen in de praktijk. De handelswijze bij Rode Vlaggen is dat de therapeut onmiddellijk doorverwijst naar een BIG geregistreerde zorgverlener (bijvoorbeeld huisarts of Spoed Eisende Hulp) met inachtneming van artikelen 4 h en 4 l. Voor docenten en opleidingsinstituten geldt dat er tevens van hen verwacht wordt dat zij deze Rode Vlaggen kennen en hun studenten erop wijzen. Indien tijdens een
opleiding/cursus/workshop etc. behandelingen worden gegeven wordt er verwacht dat docenten en opleidingsinstituten
als ware zij een therapeut handelen. De Rode Vlaggen zijn:
Afasie (taalstoornis)
Agressie en impulscontrole leidend tot problemen in de dagelijkse omgang
Algehele zwelling van het buikgebied
Angsten
Bewustzijnsveranderingen
Bloed bij de ontlasting (nieuw of oud)
Braken en diarree in het algemeen, in de zwangerschap en bij zuigelingen en jonge kinderen
Chaos: moeite met plannen, komt afspraken niet na
Een acute visus stoornis (in het zien)
Een onverklaarbare droge mond
Een pijnlijke en/of stijve nek
Gewichtsverlies
Gezwollen enkel aan één zijde en gezwollen enkels aan beide zijden
Hartkloppingen waarbij de hartslag irregulair en inequaal is (tijdsinterval tussen de slagen wisselt steeds en harde slagen / zachtere slagen wisselen elkaar af)
Hematurie (bloed in de urine)
Hemoptoë (Ophoesten van bloed uit de luchtwegen)
Herhaalde buikklachten
Hulpverlener snapt patiënt niet
Hyperhydrosis (overmatig zweten)
Krampachtige spierpijnen over de borstkas
Levensbedreigende doodswens
Loopproblemen (mank lopen, kreupel zijn, pijn bij het lopen en niet willen lopen) bij kinderen
Medicijnontrouw
Mogelijke gezondheidsrisico’s van dysfagie (moeite hebben bij slikken)
Obstipatie (verstopping van de darmen) zonder duidelijke oorzaak
Onbegrepen koorts
Onbegrepen moeheid
Onverklaarbaar heel veel plassen
Onverklaarbaar veel dorst
Onverklaarbare heesheid en stemverlies
Paarse verkleuring van de huid bij kinderen
Pijn in de onderbuik bij vrouwen
Pijn in één arm, eventueel met bleek zien, zweten en een klamme huid
Pijn in en/of rondom het oog
Pijn in het gezicht
Pijn op de borst
Plotselinge duizeligheid en/of flauwte
Post-menopauzaal bloedverlies bij vrouwen
Rugpijn eventueel met uitstralingspijn(been)
Slaap / waakstoornissen
Tekenen van mishandeling/misbruik
Tintelingen en/of tastverlies
Tremoren (voortdurende schudbeweging van een of meer lichaamsdelen)
UHR-psychose symptomen (moeite met het contact, vreemde gedachtegangen)
Verwardheid
Waanbeelden wanen/hallucinaties
Wanneer iemand in rust een hartslag heeft van meer dan honderd slagen per minuut
Zeer somber en lusteloos gedrag
Zweten
Zwellingen in de nek bij zuigelingen en kinderen
Zwellingen onder de huid
8. Tot slot
Deze beroep- en gedragscode is laatstelijk vastgesteld op de bestuursvergadering van GAT op 29 april 2019.
Deze beroep- en gedragscode treedt in werking op 29 april 2019.
Deze beroep- en gedragscode is laatstelijk gewijzigd op 02 december 2021.
Deze beroep- en gedragscode is inhoudelijk ongewijzigd voor therapeuten en blijft ongewijzigd in werking
getreden op 29 april 2019.
Deze beroep- en gedragscode treedt voor opleidinstituten en docenten in werking op 21 mei
2021 (tenzij zij handelen als therapeut dan blijft de datum 29 april 2019).
Opgesteld in het 2e kwartaal van 2019 door Mr. Suzanne van Dijsseldonk - GAT commissielid, Jethro van der Wilk - GAT bestuursvoorzitter, Ervee van der Wilk - GAT algemeen bestuurslid en Marianne van der Wilk - GAT algemeen
bestuurslid.
Met dank aan: PLATO/Universiteit Leiden voor toestemming gebruik van de Rode Vlaggen volgens de PLATO-eindtermen 2018/2021.