GAT geschilleninstantie

Stichting Geschilleninstantie Alternatieve Therapeuten (GAT)

Het Geschillenreglement van Stichting GAT

In dit document wordt de onafhankelijke geschillenregeling beschreven die van toepassing is op zorgontvangers, en eventueel diens naasten of vertegenwoordigers, van alternatieve of complementaire zorgaanbieders die aangesloten zijn bij of erkend zijn door een door de Stichting Geschilleninstantie Alternatieve Therapeuten, hier GAT, erkende beroepsorganisatie.

GAT is opgericht door CAT in samenwerking met Smart Advocaten en is erkend door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, hierna VWS. Huidig reglement voldoet dan ook aan de gestelde eisen van erkenning voortkomend uit de Uitvoeringsregeling Wkkgz, zoals te zien is op www.gatgeschillen.nl.

Elke zorgaanbieder is verplicht zich aan te sluiten bij een geschilleninstantie op grond van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, hierna: Wkkgz, binnen één jaar na 01-01-2016 (artikel 18, eerste lid en artikel 35, derde lid Wkkgz). Elke erkende of aangesloten zorgaanbieder voldoet aan de eis voortkomend uit de Wkkgz en is aangesloten bij een geschilleninstantie. Elke erkende of aangesloten zorgaanbieder zegt toe, en is daarmee verplicht, aan elke uitspraak van GAT en is in beginsel aansprakelijk voor de kosten.

GAT behandelt geschillen en is een onafhankelijke geschilleninstantie. De geschillen die behandeld worden door het GAT zijn exclusief geschillen die de reeds geleverde of afgeronde zorg betreffen van een zorgaanbieder die is aangesloten of erkend door GAT.

PARAGRAAF 1 BEPALINGEN

Artikel 1 Begrippen

PARAGRAAF 2 SAMENSTELLING EN TAKEN GESCHILLENINSTANTIE

Artikel 2 Samenstelling van geschilleninstantie

  1. Elk geschil moet behandeld worden door een oneven aantal leden, één dan wel drie, meer dan drie is toegestaan.
  2. De geschilleninstantie bevat minstens drie onafhankelijke leden.
  3. Onder deze leden is in ieder geval een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.
  4. Mocht een geschil behandeld worden door drie leden of meer dan drie leden dan is de voorzitter altijd een meester in de rechten.
  5. Mocht een geschil behandeld worden door slechts één lid van de geschilleninstantie dan moet dit lid meester in de rechten zijn.
  6. De overige leden van de geschilleninstantie zijn aantoonbaar ervaringsdeskundige op het gebied van de betreffende zorg en vertegenwoordigen het perspectief van de alternatieve of complementaire therapeut(en) en de zorgontvanger(s).

Artikel 3 Taak van de geschilleninstantie

  1. De Geschilleninstantie beslecht geschillen over gedragingen van een zorgaanbieder jegens een cliënt in het kader van de zorgverlening en heeft tot taak een onafhankelijke en bindende uitspraak te doen.
  2. De Geschilleninstantie is bevoegd een minnelijke schikking tussen partijen te beproeven alvorens een bindende einduitspraak te doen.

Artikel 4 Aanwijzen en benoemen commissieleden

  1. De leden van de Geschilleninstantie worden bij meerderheid van de stemmen (her)benoemd door het bestuur van de Stichting Geschilleninstantie Alternatieve Therapeuten (GAT).
  2. De leden van de Geschilleninstantie worden (her) benoemd voor de duur van vijf jaar.
  3. Om te worden aangewezen en (her) benoemd als lid van de Geschilleninstantie moeten potentiële leden aantonen dat zij deskundig en ervaren zijn op het gebied van zorg. De potentiële voorzitter en plaatsvervangend voorzitter moeten daarnaast kunnen aantonen de hoedanigheid van meester in de rechten te bezitten.

Artikel 5 Positie en waarborg onafhankelijkheid

  1. De Geschilleninstantie stelt zich onafhankelijk op tegenover degene die het geschil ter beslechting heeft voorgelegd en de zorgaanbieder.
  2. De leden van de Geschilleninstantie mogen:
    1. gedurende een jaar voorafgaande aan de aanvaarding van hun functie niet hebben gewerkt voor of enige functie hebben bekleed bij een beroepsorganisatie voor zorgverleners of voor een patiëntenorganisatie;
    2. vanaf de aanvaarding van hun functie niet werkzaam zijn voor of enige functie bekleden bij een beroepsorganisatie voor zorgverleners of een patiëntenorganisatie.
  3. Ingeval een lid direct of indirect persoonlijk betrokken is bij een cliënt of zorgaanbieder of bij andere betrokkenen bij een bepaald geschil, waardoor een onpartijdig of onafhankelijk oordeel van dat lid wordt bemoeilijkt, laat dit lid zich vervangen door een ander lid.

Artikel 6 Wraking

  1. Op verzoek van een partij kan een lid van de Geschilleninstantie dat het geschil behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden die een onpartijdig oordeel van dat lid zouden bemoeilijken.
  2. Het wrakingsverzoek wordt gemotiveerd en schriftelijk of mondeling gedaan bij het bestuur van de Geschilleninstantie, zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden. Alle feiten of omstandigheden moeten tegelijk worden voorgedragen.
  3. Het bestuur beslist zo spoedig mogelijk en gemotiveerd op het wrakingverzoek. De beslissing wordt direct medegedeeld aan de verzoeker, de andere partij(en) en het lid wiens wraking was verzocht.

PARAGRAAF 3 VOORLEGGEN VAN HET GESCHIL

Artikel 7 Voorleggen geschil

  1. Een geschil met een zorgaanbieder kan schriftelijk of elektronisch ter beslechting aan de Geschilleninstantie worden voorgelegd door een:
    1. cliënt;
    2. nabestaande van een overleden cliënt;
    3. vertegenwoordiger van een cliënt;
    4. persoon die door de zorgaanbieder ten onrechte niet als vertegenwoordiger is beschouwd, als de instelling diens klacht in onvoldoende mate wegneemt door de mededeling omtrent het oordeel over de klacht;
    5. stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid, mits een belang in het geding is dat de stichting of vereniging volgens haar statuten behartigt.
  2. Betreft het voorgelegde geschil meerdere aangeklaagden dan beoordeelt de Geschilleninstantie of een gecombineerde afhandeling van het geschil kan plaatsvinden.
  3. Een geschil met een zorgaanbieder kan schriftelijk of elektronisch ter beslechting worden voorgelegd als:
    1. naar het oordeel van de indiener bij de behandeling van een klacht in strijd is gehandeld met de eisen die paragraaf 1 van de Wkkgz daaraan stelt;
    2. de mededeling met het oordeel over het ingestelde onderzoek, de klacht in onvoldoende mate wegneemt;
    3. van de cliënt, een nabestaande van een overleden cliënt dan wel een vertegenwoordiger van de cliënt in redelijkheid niet kan worden verlangd dat hij onder de gegeven omstandigheden zijn klacht over een hem betreffende gedraging van de zorgaanbieder in het kader van de zorgverlening bij de zorgaanbieder indient.
  4. De ambtelijk secretaris informeert partijen over de procedure. De geschillencommissie stelt vragen om van beide partijen de standpunten helder te krijgen.

Artikel 8 Kosten geschillenafhandeling bij Geschilleninstantie

  1. Degene die het geschil ter beslechting voorlegt voldoet voor het in behandeling nemen van een geschil een bedrag van € 50,-.
  2. Wanneer de uitspraak in het geschil degene die het geschil heeft voorgelegd geheel of gedeeltelijk in het gelijk stelt, wordt het bedrag van € 50,- aan hem terugbetaald.

Artikel 9 Ontvankelijkheid geschil

  1. 1. Een geschil wordt alleen in behandeling genomen als het schriftelijk is ingediend en is voorzien van:
    1. naam, adres, woonplaats en telefoonnummer en eventueel een e-mailadres van degene die het geschil ter beslechting voorlegt en als dat niet de cliënt is, welke cliënt het betreft;
    2. een datering;
    3. een duidelijke omschrijving van de op het geschil betrekking hebbende partij;
    4. een duidelijke omschrijving van de inhoud van het geschil;
    5. een duidelijke omschrijving van de feiten en omstandigheden die aan het geschil ten grondslag liggen.
  2. Voor behandeling van het geschil moet het geschil in het Nederlands zijn gesteld.
  3. Het geschil wordt niet in behandeling genomen als:
    1. het geschil niet aan de vereisten van het eerste lid voldoet;
    2. het geschil is voorgelegd door een ander dan genoemd in artikel 7, eerste lid;
    3. de zorgaanbieder niet is aangesloten bij de Stichting Geschilleninstantie Alternatieve Therapeuten (GAT);
    4. het geschil niet volgens de interne procedure van de zorgaanbieder is behandeld, tenzij artikel 7, derde lid, onder c van toepassing is;
    5. het geschil geen behandel- of zorgrelatie betreft;
    6. er reeds eerder een geschil over dezelfde gebeurtenis is behandeld en zich nadien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan;
    7. het geschil niet binnen een redelijke termijn van in beginsel binnen 1 jaar na het bekendmaken van het oordeel van de zorgaanbieder aan de patiënt zoals bedoeld in artikel 17 Wkkgz schriftelijk of elektronisch ter beslechting aan de geschilleninstantie is voorgelegd;
    8. degene die het geschil heeft voorgelegd naar het oordeel van de Geschilleninstantie geen redelijk belang heeft bij een uitspraak van de geschilleninstantie;
    9. de gebeurtenissen onderwerp zijn van het geschil en hebben plaatsgevonden in de periode dat er voor de zorgaanbieder geen sprake was van lidmaatschap bij de Geschilleninstantie Alternatieve Therapeuten;
    10. degene die het geschil heeft voorgelegd de kosten voor het in behandeling nemen van een geschil niet heeft voldaan.
  4. Indien het geschil naar het oordeel van de Geschilleninstantie niet voldoende informatie bevat, wordt degene die het geschil heeft voorgelegd in de gelegenheid gesteld binnen twee weken aanvullende informatie te verstrekken.
  5. Indien de Geschilleninstantie besluit het geschil niet te behandelen, stelt het de indiener en zorgaanbieder schriftelijk in kennis van deze beslissing.
  6. Indien het geschil wordt ingediend door een wettelijk vertegenwoordiger van de cliënt verzoekt de Geschilleninstantie om een schriftelijk stuk waaruit de machtiging blijkt en dat is getekend door zowel de cliënt als de wettelijk vertegenwoordiger van de cliënt.

PARAGRAAF 4 BEHANDELING VAN HET GESCHIL

Artikel 10 Behandeling van het geschil

  1. Als het geschil voldoet aan de vereisten om het in behandeling te nemen, dan bevestigt de Geschilleninstantie binnen vijf werkdagen de ontvangst van het geschil en de start van de geschillenprocedure aan degene die het geschil heeft voorgelegd en de aangeklaagde zorgaanbieder per e-mail.
  2. De Geschilleninstantie stelt de aangeklaagde zorgaanbieder in de gelegenheid binnen drie weken na bevestiging van de start van een geschillenprocedure schriftelijk op het voorgelegde geschil te reageren.
  3. Bij het uitblijven van een reactie binnen de gestelde termijn van drie weken kan de Geschilleninstantie terstond uitspraak doen.
  4. De Geschilleninstantie stuurt door partijen ingediende stukken door aan de andere partij.
  5. De Geschilleninstantie draagt ervoor zorg dat degene die het geschil heeft voorgelegd en de aangeklaagde zorgaanbieder beschikken over dezelfde stukken.
  6. Partijen worden voldoende in de gelegenheid gesteld om op voet van gelijkheid op elkaars stukken en/of standpunten te reageren (schriftelijk dan wel mondeling).
  7. De Geschilleninstantie kan besluiten een hoorzitting te houden om degene die het geschil heeft voorgelegd en de aangeklaagde de gelegenheid te geven hun standpunten mondeling toe te lichten.
  8. Partijen worden in elkaars aanwezigheid gehoord.
  9. Aanwezigheid van derden tijdens de hoorzitting behoeft toestemming van de Geschilleninstantie.

Artikel 11 Inwinnen en raadplegen informatie

  1. De Geschilleninstantie is bevoegd informatie in te winnen, stukken te raadplegen of in te zien voor zover relevant voor de beslechting van het geschil.
  2. Voor zover vereist, geschiedt het inwinnen van informatie en raadplegen of inzien van stukken met toestemming van degene die het geschil heeft voorgelegd en van de cliënt wanneer die niet zelf het geschil heeft voorgelegd.

Artikel 12 Horen

  1. De Geschilleninstantie hoort de personen die direct betrokken zijn bij het geschil schriftelijk of mondeling.
  2. Partijen en andere personen worden tijdig opgeroepen voor het bijwonen van een hoorzitting.
  3. De Geschilleninstantie kan partijen oproepen in persoon bij de hoorzitting te verschijnen.

Artikel 13 Getuigen en deskundigen

  1. De Geschilleninstantie kan wanneer het dit voor de behandeling van het geschil nodig acht, getuigen oproepen en deskundigen inschakelen. Van het oproepen van getuigen en het inschakelen van deskundigen wordt schriftelijk mededeling gedaan aan degene die het geschil heeft voorgelegd en de aangeklaagde zorgaanbieder.
  2. De Geschillencommissie kan ook op verzoek van partijen getuigen en deskundigen horen. Partijen doen zo’n verzoek zo mogelijk schriftelijk en voorafgaand aan de zitting onder vermelding van de redenen van het verzoek en de naam, functie, adres, telefoonnummer en e-mailadres van de getuigen en deskundigen.

Artikel 14 Bijstand derden en gemachtigden

  1. Partijen kunnen zich desgewenst laten bijstaan door derden en zich door een gemachtigde laten vertegenwoordigen.

EINDE GESCHILLENPROCEDURE

Artikel 15 Stopzetting behandeling geschil

  1. De Geschilleninstantie stopt met de behandeling van het geschil wanneer degene die het geschil heeft voorgelegd daarom schriftelijk verzoekt.
  2. De Geschilleninstantie stelt partijen schriftelijk van het stopzetten van de behandeling op de hoogte.

Artikel 16 Minnelijke schikking, voorlopige uitspraak, tussenuitspraak

  1. De Geschilleninstantie is bevoegd een minnelijke schikking tussen partijen te beproeven, voordat een bindende einduitspraak wordt gedaan.
  2. Op gezamenlijk verzoek van de betrokken partijen is de Geschilleninstantie bevoegd een voorlopige uitspraak te doen.
  3. Op gezamenlijk verzoek van de betrokken partijen is de Geschilleninstantie bevoegd een tussenuitspraak te doen.

Artikel 17 Uitspraak en openbaarmaking

  1. De Geschilleninstantie is bevoegd over een geschil een definitieve uitspraak te doen door een bindend advies af te geven aan de indiener van het geschil en de aanklaagde zorgaanbieder.
  2. Besluitvorming binnen de Geschilleninstantie (altijd een oneven aantal) zal plaatsvinden na overleg door de leden van de Geschilleninstantie en bij meerderheid van stemmen. De voorzitter zal de stemming inleiden en zal de uitkomst uitspreken en vastleggen.
  3. De Geschilleninstantie doet uiterlijk binnen zes maanden na de voorlegging van het geschil uitspraak, tenzij het gelet op de aard van het geschil en de daarbij betrokken belangen noodzakelijk is om binnen een kortere termijn uitspraak te doen.
  4. 4. De uitspraak van de Geschilleninstantie voldoet aan de volgende vereisten:
    1. de uitspraak bevat de naam van de indiener van het geschil en de aangeklaagde zorgaanbieder;
    2. de uitspraak bevat een omschrijving van relevante feiten en omstandigheden;
    3. de uitspraak bevat een omschrijving van het geschil;
    4. de uitspraak bevat de standpunten van de indiener van het geschil en de aangeklaagde zorgaanbieder;
    5. de uitspraak weergeeft de wijze waarop het geschil is behandeld;
    6. de uitspraak weergeeft het oordeel van de Geschilleninstantie;
    7. de uitspraak is met redenen omkleed;
    8. de uitspraak moet zijn ondertekend;
    9. de uitspraak geeft eventuele aanbevelingen of advies;
    10. de uitspraak wordt schriftelijk gedaan en schriftelijk aan partijen meegedeeld.
  5. De Geschilleninstantie verstuurt een afschrift van de uitspraak aan degene die het geschil heeft voorgelegd en de aangeklaagde zorgaanbieder.
  6. De Geschilleninstantie kan de aangeklaagde zorgaanbieder veroordelen in de kosten van het geschil tot maximaal € 2.500,- wanneer deze niet meewerkt aan de behandeling van het geschil overeenkomstig dit Reglement.
  7. De Geschillenprocedure eindigt met de bindende uitspraak van de Geschilleninstantie.

Artikel 18 Vergoeding geleden schade

  1. De Geschilleninstantie is bevoegd op verzoek van degene die het geschil heeft voorgelegd, de aangeklaagde zorgaanbieder te veroordelen in de schade van de cliënt en een vergoeding voor geleden schade toe te kennen tot een maximum van € 25.000,-.
  2. Het verzoek tot schadevergoeding wordt gelijktijdig met het schriftelijk aanhangig maken van het geschil ingediend.
  3. Aangetoond en onderbouwd wordt dat de schade werkelijk is geleden.
  4. Het verzoek om schadevergoeding wordt beoordeeld op basis van de Nederlandse regels over het aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht.

PARAGRAAF 5 OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 19 Geheimhouding en privacy

  1. Allen die bij de afhandeling van een geschil betrokken zijn (geweest), zijn tot geheimhouding verplicht van wat hen uit hoofde van die afhandeling bekend is geworden en waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs kunnen vermoeden. De geheimhouding geldt onder voorbehoud van enig wettelijk voorschrift dat een bij de afhankelijk betrokkende tot bekendmaking verplicht en voor zover dit niet leidt tot aantasting van het recht een geschil voor te leggen.
  2. De Geschilleninstantie behandelt gegevens in het kader van de geschillenprocedure vertrouwelijk met inachtneming van de Wet bescherming persoonsgegevens.
  3. De Geschilleninstantie verzoekt klager een toestemmingsverklaring te ondertekenen op grond waarvan de leden van de Geschilleninstantie kennis mogen nemen van informatie uit een medisch of zorgdossier van de cliënt. Indien de klager een ander is dan de cliënt verzoekt de secretaris van de Geschilleninstantie om een verklaring van de cliënt dat wordt ingestemd met kennisname van gegevens door de Geschilleninstantie.

Artikel 20 Openbaarmaking

  1. De Geschilleninstantie maakt de uitspraken over de aan haar voorgelegde geschillen elektronisch openbaar op haar website uiterlijk twee weken na de datum waarop de uitspraak schriftelijk is uitgebracht.
  2. De Geschilleninstantie maakt de uitspraken over de aan haar voorgelegde geschillen op zodanige wijze elektronisch openbaar dat deze niet tot personen herleidbaar is.

Artikel 21 Registratie geschillen; bewaring geschillendossiers

  1. De Geschilleninstantie registreert alle geschillen en bewaart alle bescheiden in een dossier. Dit dossier wordt maximaal twee jaar bewaard.
  2. De Geschilleninstantie archiveert uitspraken geanonimiseerd.

PARAGRAAF 6 SLOTBEPALINGEN

Artikel 22 Evaluatie Geschillenreglement

  1. Het Stichting Geschilleninstantie Alternatieve Therapeuten (GAT) wordt een jaar na inwerkingtreding geëvalueerd door de Stichting Geschilleninstantie Alternatieve Therapeuten (GAT).

Artikel 23 Inwerkingtreding en wijziging geschillenreglement

  1. Het Geschillenreglement Geschilleninstantie GAT treedt in werking na de dag waarop het is vastgesteld.
  2. Het bestuur van de Stichting Geschilleninstantie Alternatieve Therapeuten (GAT) kan dit Geschillenreglement wijzigen.

Aldus vastgesteld door het bestuur van het Collectief Alternatieve Therapeuten (CAT), het bestuur van de stichting Complementaire Kwaliteitstherapeuten (CK) en het bestuur van de Stichting Geschilleninstantie Alternatieve Therapeuten (GAT), Leiden te 05-04-2024.

Akkoord voor vaststelling:

Je hoeft niet uit balans te raken om in balans te komen.

Gré Reinderts